Bij de aankoop van een recreatievilla voor de verhuur rijst vaak de vraag: is het fiscaal gunstiger om deze investering privé te doen of via een BV?
Ook in 2026 en 2027 blijft de belastingheffing in box 3 gebaseerd op fictieve rendementen. Voor beleggingen, waaronder vastgoed, is dit rendement voorlopig vastgesteld op 7,78%. Bij het lage Vpb-tarief van 19% en het lage box 2-tarief van 24,5% komt de gecombineerde belastingdruk in een BV uit op circa 38,8%. Wordt gerekend met het hoge Vpb-tarief van 25,8% en het hoge box 2-tarief van 31%, dan loopt dit op tot ongeveer 48,8%.
In box 3 geldt bij een forfaitair rendement van 7,78% en een tarief van 36% een effectieve belastingdruk van circa 2,8%. Het omslagpunt ligt daarmee tussen 5,7% en 7,2% netto rendement: onder dat niveau is beleggen in BV gunstiger, daarboven is box 3 fiscaal aantrekkelijker.
Een bijkomend voordeel van beleggen binnen een BV is dat de Vpb en box 2-heffing in veel gevallen kunnen worden uitgesteld. Dit liquiditeitsvoordeel kan ertoe leiden dat investeren via een BV gunstig blijft, zelfs bij een hoger rendement. Voor gefinancierde aankopen is box 3 in 2026 en 2027 meestal voordeliger, omdat schulden de rendementsgrondslag verlagen en de belastingdruk zo beperkt blijft.
Vanaf 2028 verandert het stelsel. Box 3 belast dan het werkelijke rendement, zowel direct (huur, dividend) als indirect (waardeontwikkeling). Voor spaargeld geldt een vermogensaanwasbelasting: ook waardestijgingen worden jaarlijks belast. Voor vastgoed, zoals een recreatievilla, komt er een vermogenswinstbelasting: de indirecte waardeontwikkeling wordt pas belast bij verkoop. Dit maakt beleggen in vastgoed aantrekkelijker dan in aandelen. Daarnaast vervangt een heffingsvrij inkomen uit vermogen van €1.800 per persoon het huidige heffingsvrije vermogen van €57.864.
Wanneer zowel in box 3 als in een BV het werkelijke rendement wordt belast, is een exact omslagpunt niet meer te berekenen. De vraag is dan of de 36% belasting in box 3 lager of hoger uitvalt dan de gecombineerde belastingdruk binnen een BV (38,8% tot 48,8%).
Vanaf 2028 zal het fiscaal waarschijnlijk weinig verschil meer maken of u investeert in privé of via een BV. Toch kan het liquiditeitsvoordeel van uitgestelde heffing in box 2 ertoe leiden dat een BV voor beleggers in recreatievastgoed aantrekkelijker blijft.
Meer weten over investeren in recreatievastgoed? Onze verkoopadviseurs staan u graag te woord.